Maarten Luther “Luthers”, dat is onze roepnaam in Nederland; naar de hervormer Maarten Luther ( 1486-1543). Hij is nog altijd een bron van inspiratie voor geloven als existentiële levenshouding. Eigenlijk heten wij “evangelisch-luthers”.
Evangelisch was de aanduiding van Maarten Luther zelf. Want hij had het Evangelie herontdekt in zijn pure kracht en uitstraling. Het Evangelie, de boodschap van Gods heil en bevrijding, klonk weer vrij-uit, losgemaakt uit de dwingende en allesbepalende macht van de kerk van toen. Het was Luthers persoonlijke ervaring van verlossing, toen hij als augustijner monnik het eindeloze streven naar steeds volmaakter leven opgaf en zich alleen nog maar liet leiden door het vertrouwen op God, die geen prestatie verlangt, maar zo maar ja en amen zegt tegen ieder van ons. De wereld, het leven, zijn geloof gingen open.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vrijheid
De geweldige ontdekking van Luther was, dat een mens niet bestaansrecht heeft (gerechtvaardigd is) door wat hij doet, hoe goed dat allemaal ook is, maar door vertrouwen op God. Dat is bepalend voor het klimaat in de lutherse gemeentes.
In Luthers tijd was de grote angst van mensen dat ze na hun dood in de hel terecht zouden komen. Wat moest je doen om door God toegelaten te worden in de hemel? Daar kon je zelf aan bijdragen door onder andere goede werken te doen, Zo kon je dat ‘verdienen’. Luther heeft als monnik ook eindeloos zijn best gedaan, om het goed en nog beter dan best te doen. Het bleek hem alles vergeefs, want hoe weet je uiteindelijk zeker, dat jouw doen en laten voor God goed genoeg is?
Tot Luther zijn Bijbel nog eens goed leest en opeens ontdekt: of ik genade krijg hangt niet van mij af, maar van God. God heeft mij zien tobben en martelen en heeft zijn Zoon Jezus Christus gegeven, om naast mij te komen staan. Die heeft alle zonde en schuld van mij afgenomen en overgenomen en weggedaan.
Met het lied dat Luther erover maakte:
“Toen zag God in de eeuwigheid
Mijn mateloze ellende
En haastte zich te rechter tijd
Mij, arme, hulp te zenden.
Mijn Vader, - want Hij wendde mij
Zijn hart vol liefde toe, ja Hij
Liet het zich het liefste kosten.
Hij sprak tot zijn geliefde Zoon:
‘Ik kan ’t niet langer lijden;
Nu is het tijd, verlaat mijn troon
En stel U aan zijn zijde;
Sta voor hem in als bondgenoot,
Verdelg de zonde en de dood
En laat hem met U leven’.
Ook voor de moderne mens kunnen schuld en schaamte verlammen en een kwelling zijn.
Wij net zo goed worden door God van ons naar binnengekeerde beschuldigende zelfonderzoek bevrijd. Het betekent een afwerpen van een grote last van geboden en verboden en van een voortdurend schuldgevoel en een zich voortdurend afvragen of je het wel goed doet. Een mens mag leven vanuit een grote opluchting. “Goddank! Het is goed. Niets en niemand staat tussen mij en God in. Ik hoef God niet te verdienen; Hij is er al voor mij.”
Dit fundamentele inzicht verschaft een enorme vrijheid, om mens te zijn op aarde.
Vanuit die vrijheid kan er dan in alle blijmoedigheid, ernst en vreugde geleefd worden. Omdat ik niet meer zó met mezelf bezig hoef te zijn, ontstaat er alle ruimte voor de naaste, om samen van het leven te genieten, het samen te dragen en elkaar te helpen waar nodig is.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bijbel
Maarten Luther was hoogleraar Oude- en Nieuwe Testament. Met de Bijbel omgaan was zijn vak, maar vooral zijn grote liefde. Voor hem was een Bijbelverhaal is niet alleen een verhaal van toen, lang geleden. Hij legde niet alleen uit wat een Bijbeltekst oorspronkelijk betekende, maar tegelijkertijd legde hij alle nadruk op de situatie van zijn toehoorden. Alleen als bijbelse woorden mij aanspreken en raken, daar waar ik ‘nu ben, worden ze voor mij “woorden van God”. De Bijbel is niet een eeuwige, betonnen waarheid. Maar het spreekt mij aan, daar waar ik nu ben.
Er is geen interpretatie die de Bijbel definitief heeft verklaard. Elke generatie, elk mens staat steeds opnieuw voor de taak om de Bijbel zo uit te leggen, dat hij niet voor allerlei doeleinden kan worden geannexeerd, maar tegelijk zo, dat de woorden van de Schrift – zoals Luther zegt- “zo ver mogelijk in het leven getrokken kunnen worden”.
Het hart van de Bijbel is Jezus Christus. Hij is het heil, Gods mensenliefde, die van alle bladzijden afspringt.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Zingen
Als we in de lutherse gemeente een lied zingen, zingen we het vaak helemaal. We slaan liever geen couplet over. Luther heeft vele liederen geschreven voor de eredienst, want de gemeente moest kunnen zingen! In zijn tijd was het Latijn wat de klok sloeg, gezongen door de de clerus. De parochianen kwamen er niet aan te pas. Luther zorgt ervoor, dat de gemeente zelf de woorden van het Evangelie in de mond neemt en ze uitzingt. Die zang-traditie is er altijd in gebleven. Inmiddels zingen we uit het Liedboek van de Kerken en uit de nieuwste bundel van de gezamenlijke kerken ‘Tussentijds’. Het orgel klinkt niet alleen als begeleidend, dienstbaar instrument, maar mag ook zelf de vreugde, troost en kracht van het Evangelie vertolken.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Liturgie
Luther heeft niet alleen liederen in de volkstaal geschreven, maar ook de Latijnse mis in het Duits vertaald. De opbouw van de eredienst hoefde van Luther niet principieel veranderd te worden. Wat wel moest veranderen was, dat de liturgie niet een zaak was van een paar deskundigen, de priesters, maar dat het een actief gebeuren werd voor de hele gemeente. Iedereen, die in de eredienst was, moest kunnen begrijpen waarover het gaat en moest kunnen meedoen.
Sinds de vijftiger jaren gebruiken ook wij weer een liturgie, die teruggaat op de mis. Wat opvalt zijn de vele gezongen responsi’s. De gemeente en de voorgangers zingen elkaar telkens weer toe. Bij het Kyrie en Gloria, bij de wederzijdse groet ( “de Heer zij met u”, ”en met uwen Geest”), wanneer we voorafgaand aan de Evangelie-lezing een halleluja inzetten en wanneer we het Avondmaal vieren. Ook zonder koor, worden bijna alle liturgische momenten gezongen.
Een bijzonder ogenblik is altijd, wanneer we met elkaar het Onze Vader hardop bidden en dan tot slot zíngend eindigen met de lofprijzing: “Want U is het rijk en de kracht en de heerlijkheid. In eeuwigheid. Amen.”
De nadruk in onze liturgie ligt op een feestelijke “hoge” toon, het vieren dat God naar ons toegekomen is en met ons is.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Avondmaal
Een keer per maand vieren we het Avondmaal. Wanneer er Avondmaal gevierd wordt, is dat voor velen een reden om juist dán naar de kerk te gaan. Christus is nabij in brood en wijn. Hij kijkt niet vanuit de hemel, gezeten aan Gods rechterhand, toe, maar is in ons midden. Die beleving, dat weten, is
Ieder die zich geroepen voelt, mag deelnemen aan het Avondmaal. Christus zelf is de gastheer. Wie genodigd wordt, hoeft niet aan voorwaarden te voldoen. Zoals Luther het zei: “ik kom niet met mijn waardigheid of door mijn waardigheid, maar alleen maar als de mens die ik ben.”
We vieren het Avondmaal staande in de kring. Ieder persoonlijk krijgt brood
(ouwel) en wijn aangereikt door de predikant en mogelijk een ouderling of diaken. Tegen iedereen apart worden opnieuw de woorden gezegd, die Jezus ons erbij meegaf. En altijd klinkt: voor u. Zo wordt hoorbaar en tastbaar: God geeft zijn heil aan ieder persoonlijk
Als het brood gegeten en de wijn gedronken is, geven we elkaar de hand.
De onvoorwaardelijke liefde die God ons in het teken van het Avondmaal toont, sticht een gemeenschap, waarin mensen mogen zijn zoals ze zijn.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Het gewone leven
Het aardse leven is door God gegeven. Het mag aangepakt worden uit Zijn hand.
De monnik Luther liet het versterven achter zich, trouwde, kreeg kinderen en genoot van wat God in zijn vaderlijke zorg allemaal voor ons bestemd heeft. Die beaming van het leven vind je nog altijd terug in het lutherse.
Ook het dagelijks leven in zijn maatschappelijke vormen en patronen heeft zijn eigen goed recht. Het is niet ‘’t oog omhoog en ’t hart naar boven, hier beneden is het niet’.
Niet door vasten, boeten, onthouding of wat ook doe je God een plezier en kom je dichter bij Hem. Maar gewoon: op de plek, waar jij je bevindt, in jouw situatie, handel je naar beste weten. Dat is de beste dienst voor God. Niet om iets te verdienen, maar om in doen en laten te laten zien, dat we Gods schepping serieus nemen en van harte aanvaarden. Een bakker probeert een goede bakker te zijn, een rechter een goede rechter, een huisvrouw een goede huisvrouw. Met elkaar vormen we de maatschappij en die mag er zijn. Er is in de lutherse traditie een bepaalde nuchterheid over de organisatie van de samenleving, zonder overspannen idealen van Gods Koninkrijk op aarde te moeten vestigen.
Dat geeft een zekere ontspanning in het dagelijkse doen en laten.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vanzelfsprekend internationaal
Als lutherse gemeente horen wij bij de PKN maar ook bij de Lutherse Wereld Federatie. Kerken en gemeenten die in de lutherse traditie staan, zijn over de hele wereld verspreid. Deze internationaliteit is ook in onze gemeente terug te vinden. De Utrechtse lutherse gemeente was altijd een Nederlandse gemeente (gesticht 1613), maar door de eeuwen heen hoorden er mensen die uit verschillende landen naar Utrecht kwamen, vanzelfsprekend bij. Dat geldt ook nu. Mensen met onder andere Poolse, Duitse, Scandinavische, Surinaamse, Zuid-Afrikaanse... achtergronden hebben bij ons een thuis gevonden.
Vanuit de vrijheid en de vreugde die ons geloof ons schenkt, staan wij open voor mensen met verschillende culturele achtergronden. Onderlinge respect is voor ons vanzelfsprekend. Het doet goed om in de eigen gemeente iets gewaar te worden van de wereldwijde kerk.
Verschillen in cultuur en geloofstraditie zijn een verrijking voor onze gemeenschap.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De Lutherroos (zie rechtsboven op deze webpagina)
Het binnenste is een kruis, geheel in zwart;
het staat in een hart, dat zijn natuurlijke kleur heeft
- om mijzelf steeds in herinnering te brengen
dat het geloof in de gekruisigde ons zalig maakt.
Want wie van harte gelooft, wordt gerechtvaardigd.
Al is het een zwart kruis, dat doet afsterven en pijn moet doen,
toch laat 't dat hart zijn kleur behouden,
het verderft de natuur niet dat is, het maakt ons niet dood,
maar behoudt ons ten leven.
De rechtvaardige leeft immers door zijn geloof,
maar alleen door zijn geloof in de gekruisigde.
Zulk een hart nu moet midden in een witte roos staan
om aan te duiden dat het geloof vreugde, troost en vrede geeft,
en ons zonder meer in een witte vreugdevolle roos zet.
Dit is een andere vreugde en vrede dan de wereld geeft,
daarom moet de roos ook wit en niet rood zijn,
want wit is de kleur van de geesten en van alle engelen.
Zo'n roos staat in een hemelsblauw veld
om duidelijk te maken dat we in de geest en in het geloof
reeds nu deel hebben aan de komende hemelse vreugde:
we zijn er reeds in, levende in de hoop,
al is het nog niet openbaar.
En om dat blauwe veld een gouden ring,
waarmee gezegd wordt dat die zaligheid in de hemel
eeuwig duurt en geen einde heeft
en zoveel kostelijker is dan alle aardse vreugde en genot,
als het goud schoner en kostbaarder is
dan alle andere metalen.
Maarten Luther 1530 (in een brief aan Justus Jonas)
|