'Luthers' synoniem met 'ketters' -- Het ontstaan van de Lutherse Gemeente -- Kerkgebouwen --
De Lutheranen en de overheden -- Duitse betrokkenheid -- Theologische kleur van de
gemeente -- Bloeiende 19e eeuw -- Begin 20e eeuw: verenigingsleven -- Eind 20e eeuw:
de stad breidt uit -- De Lutherse Wereldfederatie (LWF)
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
'Luthers' synoniem met 'ketters'
In 1517 spijkert Luther zijn stellingen aan de deur van de slotkapel in Wittenberg. Als een lopend vuur en dankzij de boekdrukkunst gaan de nieuwe inzichten Europa door: in 1521 worden in Utrecht boeken van Luthers verbrand. Een jaar later wordt Hinne Rode, rector van de Hiëronymusschool - het huidige stedelijke gymnasium - uit de stad verbannen. Hij had persoonlijke relaties met Luther. En na hem zullen meer weldra meer geestelijken volgen, die gedwongen de stad moeten verlaten. Maar ‘luthers’ is dan nog een samenvattend woord voor alles wat tegen de rooms-katholieke kerk in gaat. Humanistische- en doperse tendenzen spelen er ook een rol in.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- top
Het ontstaan van de Lutherse Gemeente
Een lutherse gemeente ontstaat door vluchtelingen vanuit Antwerpen. Daar was een bloeiend luthers gemeenteleven. Maar als in 1585 Parma Antwerpen inneemt is vanaf die tijd alleen de rooms-katholieke eredienst geoorloofd. De protestanten krijgen nog vier jaar de tijd om alsnog te kiezen voor de moederkerk. Maar in 1589 trekken velen toch weg naar de noordelijke Nederlanden. In Utrecht komt een lutherse kring bijeen in huis-godsdienstoefeningen. Een verzoek tot erkenning door de overheid wordt afgewezen.
De gemeente groeit door de komst van kooplieden uit Duitsland.
Met hulp van buitenaf wordt een huis gekocht om als gemeente bij elkaar te komen en er komt een eigen voorganger uit Duitsland, Hibbaeus Magnus. In 1613 wordt de gemeente officieel gesticht. Blijkbaar wordt men nu wel gedoogd door de vroedschap. Kooplieden moet je toch te vriend houden; goed voor de economie van een stad?
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- top
Kerkgebouwen
Het eerste huis van de gemeente aan de Visserssteeg wordt te klein. Al is men nu erkend, de bouw van een eigen kerk in de Strosteeg wordt weer belemmerd. Uiteindelijk staat de kerk er toch, -zij het met een onopvallende huisgevel-, en kan men er vanaf september 1624 de eredienst vieren. Om een idee van de gemeente te geven: in 1650 met Kerst zijn er 400 avondmaalsgangers.
In 1711 raakt deze kerk in verval en met een stal ernaast is het ook niet meer de beste locatie.
Er wordt gecollecteerd in binnen- en buitenland om gelden bij elkaar te halen voor de bouw van een nieuwe kerk. In 1743 stond de overheid het Abraham Dolekerkje af. De straat waaraan de kerk lag heette toen nog ‘Roomburgerstraat’. Het was vrijgekomen toen in 1580 de roomse eredienst verboden werd en de kloosterzusters van het convent van St. Ursula er het veld moesten ruimen. Huizen vóór de kapel werden ook aangekocht en gesloopt, zodat de kerk aan de straat kwam te liggen en meer ruimte kreeg. In 1744 wordt de eerste steen gelegd.
Veel later, in 1935 wordt aan de Van Egmontkade voor de filiaalgemeente Loenen/Zuilen , een eenvoudige kapel ingericht, maar financiëel redde men het toch niet. Door m.n. de inspanningen van de oud-zendingspredikant ds. Heinze kon in 1957 aan de Reaumurlaan bij het Julianapark een eigen Lutherkapel ingewijd worden.
Ook de kapel van het lutherse bejaardencentrum ‘De Wartburg’ in Oog en Al, gereed gekomen in 1941, functioneerde lange tijd als wijkkerk. Al is deze zorgvoorziening voor ouderen inmiddels opgegaan in een brede fusie, de kerkdiensten worden tot op heden nog altijd verzorgd door de Evangelisch-Lutherse Gemeente Utrecht.
Download hier de rijk geïllustreerde historische folder over de Utrechtse Evangelisch Lutherse
Kerk aan de Hamburgerstraat:

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- top
De Lutheranen en de overheden
De rooms-gezinde overheid had vooreerst geen trek in de lutherse nieuwlichters. Tenslotte komt er toch toestemming en hebben Lutheranen een “wijkgebouw” aan de Visserssteeg en na de nodige tegenwerking van de vroedschap later een kerkje in de Strosteeg. Een ruime eeuw later is het dezelfde overheid die de Lutheranen een kapel toebedeelt aan de Hamburgerstraat.
In 1651 krijgt de gemeente een gevoelige klap, wanner de gereformeerde godsdienst tot staatsgodsdienst wordt verklaard. Dat betekende dat alle stedelijke en landelijke overheidsbetrekkingen alleen door gereformeerden mochten worden uitgeoefend. -Alleen de beul was meestal Luthers; een merkwaardige eer. – Het aantal gemeenteleden daalde vervolgens!
De vroedschap speelde weer een heel andere rol bij ruzies in de gemeente (1660), betreffende de verkiezing van kerkenraadsleden en financiële perikelen. Daarin heeft de stedelijke overheid dan een regulerende functie en stelt orde op zaken.
Bij het betrekken van de nieuwe kerk aan de Hamburgerstraat in 1745 werd door de overheid nog wel bepaald, dat deze gedoogde kerk niet de klok mag luiden voor de zondagse eredienst.
Bestaan mochten ze, de Lutheranen, maar opvallen niet!
Rond 1786 grijpt de overheid ook weer in bij een kwestie van richtingenstrijd en verplicht de lutherse gemeente een duitse – en dus meer orthodoxe- predikant te beroepen. Een deel van de gemeente vond het prettig om weer een duitse dominee te krijgen. Anderen brengen in, dat in de gemeente nederlands beter verstaan wordt dan duits! Wilde de overheid met haar keuze bevestigen dat de Lutheranen toch nog steeds uitheems waren en een immigrantenkerk en dus niet veel in de calvinistische melk te brokkelen hebben?
Ook in de franse tijd -1795- bemoeit het stadsbestuur zich weer met de interne aangelegenheden van de lutherse gemeente en verklaart het beroep op een bepaalde predikant onwettig. Bij onrust in een kerkelijke gemeente, trad de overheid op en gaf blijkbaar de doorslag. Als later de rust is weergekeerd, beroept de kerkelijke gemeente de predikant in kwestie alsnog en dan is er van geen inmenging van overheidswege sprake.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- top
Duitse betrokkenheid
Anderhalve eeuw lang komen de utrechtse lutherse predikanten uit Duitsland. De gemeente heeft vanaf 1639 meestentijds twee predikanten. In 1668 wordt de eerste nederlandse predikant beroepen. In 1671 wordt besloten om geen predikanten meer uit Duitsland te halen.
Maar van 1678-1682 staat er toch weer een duitse predikant, op verzoek van een aantal gemeenteleden. Vanaf die tijd doen vaak een duitse én een nederlandse voorganger dienst.
Niet alleen predikanten kwamen vanuit Duitsland. Er bleven ook immigranten uit Duitsland komen. Zie bijvoorbeeld de ‘duitse dienstmeisjes’ na de Eerste Wereldoorlog. Maar men integreerde meestal al in de eerste generatie: men trouwde met een nederlandse partner en maakte deel uit van de nederlandse samenleving.
Op verzoek van het Konvent der deutschen en ungarischen Studenten werden tussen 1913 en 1939 maandelijks duitstalige diensten gehouden. Daarna werden die gestaakt.
Na ongeveer vijftig jaar zijn nu sinds november 2005 weer een nederlandse en een duitse predikant in Utrecht. Met dien verstande dat ze beiden in de kerkdienst nederlands spreken.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- top
Theologische kleur van de gemeente
Met haar voorgangers èn met de tijdgeest mee, verschoven accenten in de eredienst en het gemeenteleven. Dat gaf aanleiding tot spanningen in de gemeente. Tussen nederlandse richting (gematigd confessioneel) en duitse richting (degelijke orthodoxie) rond 1680. Tussen orthodoxie en rationalisme ( rond 1790). Ook dan komt de rechtzinniger lijn vanuit Duitsland.
Toch is in Utrecht een zekere gelijkmatigheid te ontdekken. Noch streng orthodox, noch ronduit vrijzinnig deden hier opgang. Utrecht is ook nooit meegegaan in de twee afsplitsingen die er
(tijdelijk) geweest zijn in de Lutherse Kerk in Nederland. Hier was nooit een Hersteld Evangelisch Lutherse Gemeente.
In 1885 spande het er weer even om: een aantal gemeenteleden zagen veel in het modernisme (vrijzinnig) en beriepen graag en moderne predikant. Maar ook in dit geval kreeg de niet star- confessionele stroming de overhand. Men verlangde vooral bijbelse prediking.
Waar in sommige gemeentes een nauwere vorm van samenwerking was tussen de vrijzinnige Doopsgezinden, Remonstranten en Lutheranen, is dat in Utrecht nooit aan de orde geweest.
Van grote invloed is de landelijke invoering van de oecumenische liturgie geweest in 1955.
Was de lutherse kerk altijd al een zingende kerk, -vanaf het begin waren er gezangenbundels-.
Nu werd de eredienst nog hymnischer. De bekende kerkmusicus Willem Mudde droeg zeer bij
aan deze vorm van eredienst.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- top
Bloeiende 19e eeuw
In de negentiende eeuw bloeide de gemeente vooral op het terrein van vormen van liefdadigheid. Drijvende kracht was dominee Decker Zimmerman. In 1842 werd een wees- en oude mannen- en vrouwenhuis in gebruik genomen. Die combinatie bleek niet zo gelukkig, dus kwam er in 1898 op de Lange Nieuwstraat een oudeliedenhuis. Het weeshuis, annex lutherse diaconieschool, bleef aan het Domplein. In 1921 werd dit verkocht als ‘Burgerschool der Hervormde Gemeente’; nu de gemeentelijke muziekschool.
Ook werd de Zimmermanstichting opgericht: in de Gildstraat werd een tiental huizen gebouwd waar lutherse gezinnen tegen een voordelige huurprijs konden wonen.
Onder een volgende predikant kwam er ook animo voor het zendingswerk van het Nederlands Luthers Genootschap voor In- en Uitwendige Zending. Men ging een maandblad uitgeven ‘Maandelijkse Mededelingen uit de Evangelisch-Lutherse Gemeente' en verspreidde dit gratis.
Dit is misschien het enige moment van enige evangeliserende tendens in de geschiedenis van de lutherse gemeente. Men was vooral altijd gericht op de eigen kring.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- top
Begin 20e eeuw: verenigingsleven
Het begin van de 20e eeuw geeft een grote opbloei te zien van het verenigingsleven. Ook de Lutheranen volgden daarin de geest van de tijd. Er wordt een zondagsschool opgezet. Een wijkgebouw wordt aangekocht naast de kerk. Er komt een kerkkoor. De Jongemannenvereniging ‘Maarten Luther’werd opgericht, later de meisjesvereniging Katharina von Bora. Er is een lutherse Mannenkring, een Lutherse Diakonessenvereniging, een Vereniging tot Verzorging van behoeftige Lutherse Kraamvrouwen, een Lutherse Naai- en Breischool. De Lutherkrans naait kleren voor behoeftige gezinnen. Er komt een college van collectanten. Nog weer later worden de luthergroepen voor de jeugd opgezet, ook wel lutherse padvinderij genoemd. Er is een bloemendienst. Er is een bezoekgroep voor de ziekenhuizen enzovoorts. Al met al: de gemeente wordt veel meer zaak van de gemeenteleden.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- top
Eind 20e eeuw: de stad breidt uit
De stad ging groeien. Wijkwerk krijgt meer aandacht. Vanuit Utrecht wordt in Zeist een lutherse gemeente gesticht. Zo ook de gemeente Loenen/Zuilen. In de Bilt/Bilthoven worden maandelijks lutherse kerkdiensten georganiseerd. In Tuindorp wordt eens in de zoveel tijd een dienst gehouden. Later gebeurt dat ook in Hoograven.
De uitbreiding van de gemeente naar de nieuwste buurtgemeentes als Nieuwegein, Maarssenbroek en Houten is niet meer bijgehouden. Daar zijn nooit kernen van luthers gemeenteleven gekomen. Aan de ene kant dijt de gemeente uit over een groter oppervlak; aan de andere kant neemt het ledental af.
De lutherse gemeente ondervindt de gevolgen van de saecularisatie met name sinds de zeventiger jaren. Een betrokken groep mensen blijft de gemeente vormen en dragen.
Voor het huidige beeld van de gemeente zie elders op deze site.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- top
De Lutherse Wereld Federatie (LWF)
In Nederland behoort de Lutherse Kerk tot de kleinere kerken, nog afgezien van het feit dat de Lutherse kerk nu deel uitmaakt van de PKN.
Wereldwijd gezien is de Lutherse kerk de grootste protestante kerk. De Lutherse Wereld Federatie (LWF) vetegenwoordigt 140 lutherse kerken in 78 landen met 66,2 miljoen leden. Buiten de LWF zijn er nog 3,5 miljoen lutheranen, voornamelijk in Noord-Amerika.
Het hoofdkantoor van de LWF zetelt in Genève. Het bestuur van de LWF (the Council) telt 48 vertegenwoordigers uit de hele wereld en wordt voorgezeten door de secretaris-generaal. Deze geeft met zijn staf leiding aan het hoofdkantoor. De raad is opgedeeld in de volgende commissies: buitenlandse zaken, mensenrechten, missie en ontwikkeling, oecumene, theologie en studies, financiën en de commissie world service. De laatste voorziet in noodhulp bij rampen. Eenmaal per jaar vergadert the Council, telkens op een andere plaats in de wereld. Gedurende ongeveer een week wordt eerst één of twee dagen plenair en daarna in de verschillende commissies vergaderd. Vervolgens wordt de vergadering plenair afgesloten en worden er aan de hand van de verschillende verslagen van de commissies besluiten genomen, resoluties aangenomen en plannen gemaakt.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- top